Samenwonen of trouwen ?

2 september 2015

 

Bekijk onze gloednieuwe talkshow « Notarispraat » !

Smoorverliefd? Dan is de stap om samen te gaan wonen vaak snel gezet. En later in het huwelijksbootje stappen? Hou er sowieso rekening mee dat er nog steeds juridische verschillen zijn tussen samenwonen en trouwen.

We praten erover met Sven Pichal van Radio 2 (De Inspecteur) en notaris Maarten Duytschaever in onze gloednieuwe talkshow “Notarispraat”.

 

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat

 

Nieuwe regels bij internationale nalatenschappen: het nadenken waard

24 augustus 2015

 

Jaarlijks worden ongeveer 450.000 nalatenschappen verdeeld met een internationaal karakter. Internationale nalatenschappen zijn niet altijd een eenvoudige zaak. Tot nu toe had iedere lidstaat zijn eigen spelregels. Daar komt sinds 17 augustus verandering in met de nieuwe Erfrechtverordening. Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten?

Grensoverschrijdende nalatenschappen
Internationale nalatenschappen klinkt misschien “ver van ons bed”, maar we hebben er wel degelijk sneller mee te maken dan op het eerste gezicht lijkt. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarbij je een huis of rekeningen in het buitenland hebt. Misschien erf je wel van een oom die in Spanje woonde. Misschien overweeg je zelf om op een latere leeftijd naar het buitenland te verhuizen. In al deze gevallen is het van belang te weten dat de spelregels (wat de burgerlijke aspecten betreft) van het erfrecht zijn veranderd. De fiscale regels daarentegen blijven eigen aan iedere lidstaat.

Belang van laatste woonplaats van de overledene
In principe zal het erfrecht en de toepasselijke rechter gekozen worden aan de hand van de laatste woonplaats van de overledene, en dit zowel voor de roerende als de onroerende goederen. Om het toepasselijk erfrecht te bepalen wordt er dus géén onderscheid meer gemaakt naargelang de plaats waar het onroerend goed ligt. Indien iemand een buitenverblijf bezit in Spanje, maar in België woont, zal het Belgisch erfrecht van toepassing zijn. De woonplaats is de plaats waar de betrokken persoon geacht wordt zijn voornaamste belangen te hebben. Dit zou wel eens kunnen verschuiven van het ene land naar het andere. Indien de betrokkene meer in Spanje vertoeft dan zou het Spaans recht in principe van toepassing kunnen zijn.

Hoewel “de laatste woonplaats” bepalend is, kan de betrokken persoon ook kiezen om het recht van het land van zijn nationaliteit te laten spelen. Voor onze erflater die in Spanje renteniert maar de Belgische erfregels wil blijven toepassen bestaat er bijgevolg een mogelijkheid om te kiezen voor de regels van het Belgisch erfrecht. Dat moet dan wel expliciet vermeld worden in een testament.

Een andere uitzondering op de algemene regel van de woonplaats betreft het geval waarbij iemand duidelijk sterkere banden heeft met een ander land, bijvoorbeeld indien iemand kort voor zijn overlijden naar het buitenland is verhuisd en alles erop wijst dat hij desondanks nauwere banden had met zijn land van afkomst.

Europese erfrechtverklaring
De verordening brengt daarnaast een nieuw instrument in leven, dat wel eens voor een grote administratieve vereenvoudiging zou kunnen zorgen: de Europese erfrechtverklaring. Dit document zal de erfgenamen en legatarissen toelaten om in het buitenland hun rechten te verduidelijken en hun rechten te bewijzen. Op basis daarvan zal een buitenlandse bank de betalingen kunnen verrichten aan de erfgenaam of legataris die er recht op heeft. Het gebruik van deze erfrechtverklaring is niet verplicht, erfgenamen zullen zich nog steeds kunnen beroepen op nationale bewijsinstrumenten.

Invloed op successieplanning
De nieuwe regeling zorgt niet enkel voor een vereenvoudiging, maar het zal ook ruimte laten voor nieuwe mogelijkheden binnen de successieplanning. De regel (woonplaats van de erflater, behoudens keuze voor het erfrecht van het land van de nationaliteit) laat verschillende opties open voor mensen die beperkt worden door de regels van het Belgisch erfrecht. Iemand die zijn kinderen wil onterven, kan dat naar Belgisch recht niet. Deze persoon zou zich echter kunnen vestigen in een land waar de wettelijke reserve niet geldt (bijvoorbeeld Polen) om zo het Belgisch recht te omzeilen. Ook de regels over het vruchtgebruik verschillen van lidstaat tot lidstaat.

Check-up nodig?
Zoals de nieuwe verordening bepaalde nieuwe mogelijkheden biedt, kan het evengoed zijn dat ze bepaalde ongewenste gevolgen teweegbrengt. Denk maar aan het geval waarbij je in een land woont, maar al je onroerende goederen zich eigenlijk in België bevinden. Indien je geen actie onderneemt zal het buitenlands recht toegepast worden voor de ganse nalatenschap, en dit kan een paar onaangename verrassingen meebrengen…

Erfrecht en huwelijksrecht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Aangelegenheden die verband houden met huwelijksvermogensstelsel worden echter niet geregeld door de verordening. Gezien beide materies hand in hand gaan, moet het gekozen erfrecht ook afgestemd worden op het huwelijksstelsel en de huwelijksvoorwaarden. In bepaalde gevallen zal het aangewezen zijn een vergelijking te maken tussen de regels verbonden aan de woonplaats van de erflater en de regels die verbonden zijn aan zijn nationaliteit. Werd er een testament opgesteld, dan zal het mogelijks aangepast moeten worden.

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat

 

5 misverstanden over schenkingen

4 augustus 2015

 

Als ik iets schenk, kan ik er niet meer van genieten
Gegeven is gegeven, dat klinkt logisch. Maar wist je dat je toch nog van een goed kan genieten, zelfs na een schenking? Je kan immers schenken met “voorbehoud van vruchtgebruik”. Als je bijvoorbeeld een woning schenkt met voorbehoud van vruchtgebruik, dan kan je er nog in blijven wonen. Je kan zelfs de woning verhuren en genieten van de huurinkomsten. En dit geldt niet enkel voor woningen. Je kan evengoed geld schenken met voorbehoud van vruchtgebruik. Het kapitaal geef je weg, maar je krijgt nog steeds de interesten.
Handig voor wie een appeltje voor de dorst wil.


Als ik geld schenk aan mijn kinderen, is er het risico dat ze het gaan verspillen.
De meeste ouders willen schenken om hun kind een financieel duwtje in de rug te geven. Denk maar aan het starten van een zaak of het kopen van een eerste woning. Om te beletten dat jouw kind het “Ferrari-syndroom” ontwikkelt en zijn geld zomaar onbezonnen verspilt, kan je voorwaarden aan een schenking koppelen. Zo kan je bepalen dat je kind het geld enkel mag aanwenden voor de aankoop van een woning. Hier zijn er veel creatieve mogelijkheden, zolang je maar binnen redelijke grenzen blijft.


Als ik schenk aan mijn getrouwd kind, dan valt het goed in handen van mijn schoonfamilie
Als je kind getrouwd is onder het stelsel van scheiding van goederen en het wettelijk stelsel, gaat het goed automatisch in het vermogen van jouw kind. Bij een huwelijk onder algehele gemeenschap komt het in de gemeenschap terecht. Wil je het veilig spelen? Geen probleem, je kan schenken met een beding dat het goed hem eigen moet blijven. Dit kan zelfs indien je kind getrouwd is onder algehele gemeenschap. Er kan ook een verbod bedongen worden om het goed in de gemeenschap te brengen. Daarmee blijft het goed in het vermogen van jouw kind, zonder dat hij er zelf iets aan kan veranderen.


Als ik één van mijn kinderen iets schenk, wordt het andere kind benadeeld.
Gelukkig is dit niet helemaal juist. Je hebt als schenker immers de keuze om de schenking “als een voorschot op erfenis” te doen. Het kind krijgt bij leven dus een schenking, maar dat zal afgetrokken worden van zijn erfenis. Wens je hem toch echt te bevoordelen tegenover jouw ander kind, dan kan je een schenking “buiten erfdeel” doen. In dit geval wordt de schenking niet verrekend om de gelijkheid te herstellen. Opgepast, schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik of rentelast worden vermoed “buiten erfdeel” te gebeuren! De notaris zal dus uitdrukkelijk moeten vermelden dat een schenking als voorschot op de erfenis wordt gedaan, als dit jouw wens is natuurlijk.


Als ik schenk, moet ik nog drie jaar blijven leven.
Dat hangt af van wat je wil schenken. Roerende goederen (geld, aandelen, meubels…) kan je op verschillende manieren schenken. Als je  ervoor kiest om schenkbelasting te betalen bij de schenking van roerende goederen dan  is de kous af. Je hoeft je verder geen zorgen te maken. Op die goederen zal er geen erfbelasting verschuldigd zijn, zelfs als je binnen de drie jaar sterft. Roerende goederen kan je echter ook schenken met een handgift of met een bankgift, zonder betaling van schenkbelasting. Daar hangt wel een risico aan vast. Indien je roerende goederen schenkt en binnen de drie jaar overlijdt, moeten je erfgenamen erfbelasting (successierechten) betalen op die goederen. En dat kan duurder uitvallen dan de goedkopere schenkbelasting.

Schenk je een onroerend goed (bijvoorbeeld een huis), dan moet je rekening houden met de termijn van drie jaar. Dezelfde logische regel geldt hier weer: indien je schenkbelasting betaalt op de schenking, dan zullen je erfgenamen geen erfbelasting meer moeten betalen op het onroerend goed. Maar daarmee is de kous niet af…

Bij een onroerende schenking zal de waarde van schenking wél in aanmerking worden genomen om het tarief van de erfbelasting te bepalen (indien je binnen de drie jaar sterft). Dit noemt men “progressievoorbehoud”. Deze regel geldt niet voor de schenking van roerende goederen, schenking van bouwgronden en de familiale bedrijven.

Meer over schenken: https://www.notaris.be/erven-schenken

Bron: Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat